Elisabeth Hospitaal

Vanaf 14 januari 1915 was het kasteel d’Hondt langs de Steenweg op Reningelst in Poperinge een van de belangrijkste ziekenhuizen voor burgers en het hoofdkwartier van Aide Civile Belge. Een rode draad in het verhaal van het Elisabeth Hospitaal zijn de nota’s in een schriftje van Luitenant Colin Rowntree en de brieven van officier Laurence Cadbury. Beiden waren bevoorrechtte getuigen in vrijwillige dienst van de Friend’s Ambulance Unit.

standard

Valentine Terlinden, Maria van den Steen en Minister Charles de Brocqueville  (achteraan koetshuis van het kasteel)  

ingang kasteel

burgers voor de ingang van Château d’Hondt 

ELISABETH HOSPITAAL (Château d’Hondt Poperinge)

Na de sluiting van het Heilig Hart Instituut in Ieper werd het hospitaal in Poperinge tijdens de eerste weken van 1915 opgestart op uitdrukkelijk verzoek van de lokale autoriteiten als gevolg van een heersende tyfusepidemie. De mogelijkheden van het Poperingse burgerlijke ziekenhuis aan de Gasthuisstraat met 50 bedden waren ontoereikend om het aantal patiënten met buiktyfus te behandelen, en het ziekenhuis in Ieper was overbelast. In Poperinge werd een lokaal comité met burgemeester FELIX VAN MERRIS gevormd om extra ziekenhuis-accommodatie te vinden in deze noodsituatie. Het comité kon weinig anders doen dan het opeisen van het kasteel van vrederechter CHARLES D’HONDT. Een opvallend en ruim gebouw aan de rand van de stad en nabij de spoorweglijn naar Hazebroek.

Gelet op vergelijkbare omstandigheden in Ieper zocht het comité hulp bij de The Friends Ambulance Unit voor de start van dit ziekenhuis. Het was een vraag naar informatie, maar tegelijk een vraag naar artsen, administratief personeel, vrijgestelden en helpers, samen met ambulancediensten, wagens en verplegend personeel. De Friends met hoofdkwartier in Duinkerke beantwoorden de vraag positief en gaven ook een aanzienlijke bijdrage voor aankoop van de uitrusting.

Op hetzelfde moment benaderde de Belgische Minister van Binnenlandse Zaken PAUL BERRYER het comité voor het verkrijgen van het vereiste aantal verpleegkundigen. Door gravin MARIA van den STEEN en gravin LOUISE d’URSEL, die nauw verbonden waren met St. Camille, een school voor verpleegkundigen te Brussel,  werd aan de instelling om medewerking gevraagd. Later kwam VALENTINE TERLINDEN hen op vraag van van den Steen vervoegen. Ook FLORA O’GORMAN, die eerder een ziekenhuis openhield in Duinkerke, werkte samen met haar personeel voor het hospitaal. van den Steen werd overkoepelend directrice en d’Ursel directrice van het verpleegkundig personeel in het hospitaal.

Het personeel bestond uit: 2 dokters – SIDNEY A.HENRY en JOHN RAWLINGS REES  / 1 secretaris, 1 bediende, 6 werkmannen /5 chauffeurs (+ 5 FAU-voertuigen) / 1 aalmoezenier (Etienne Dumon professor Klein Seminarie Roeselare) / 11 verpleegkundigen van de school St.-Camillus Brussel / 4 verpleegsters van het Belgische leger / 18 kloosterzusters uit Ieper en Gasthuiszusters uit Diksmuide / 8 Engelse verpleegsters onder leiding van Mevr. F.O’Gorman / 5 kloosterzusters uit St.Joseph Instituut Ieper en 4 zusters uit Staden die  in de wasserij werkten.

Bij de ingebruikname van het hospitaal waren 50 bedden beschikbaar. Korte tijd later werd het hospitaal uitgebreid tot 150 bedden met in de periode februari/maart 1915 tot 400 behandelingen.

41 verpleegsters tegenover 140 patiënten leek op het eerste gezicht overdreven maar er waren omstandigheden die dit cijfer konden rechtvaardiging: het gebouw waar men moest werken was niet aangepast als ziekenhuis en vooral de maar gedeeltelijke opleiding bij een groot aantal verpleegsters en nonnen speelde een belangrijke rol. Weinigen hadden ervaring met ziekenhuis verpleegkunde en misten de vaardigheden die de behandeling van tyfus vereisten.

26 december 1914: Laurence Cadbury (Friends) die in het St.-Stanislas College verbleef, schreef een eerste brief vanuit Poperinge:

Laurence vroeg aan zijn ouders om zijn schaatsen op te sturen / vertelde over de Kerstviering, het bijwonen van de middernachtmis, de laatste beschietingen van het Ieperse ziekenhuis, de schade aan het gebouw en het behandelen van gewonden / hij schreef eveneens over de recente bewegingen van de Franse en Britse troepen in het gebied.

Het omvormen van het kasteel in een hospitaal met complete uitrusting van bedden en beddengoed – tot in de kleinste details – moest in snel tempo worden uitgevoerd. In het hospitaal werden de eerste patiënten toegelaten op 18 januari. De bedden werden overgebracht uit Ieper waar verschillende instellingen bestonden, zoals een gevangenis op wiens meubels de Belgische autoriteiten een inkoopvoorstel maakten. Dekens en medische materiaal kwamen van het Friends hoofdkwartier in Duinkerke.

In drie of vier drukke dagen was alles wat nodig was voor de start van de werkzaamheden in het kasteel geïnstalleerd, met uitzondering van de verpleegsters die nog geen plaats hadden in het kasteel. Toen de eerste patiënten arriveerden was het grootste gedeelte van het hospitaal klaar om te openen. Op 29 januari start Maria van den Steen met haar opdracht op het kasteel.

Vanaf 4 februari werkt het hospitaal onder de vlag van het Rode Kruisen krijgt het de naam “Hôpital Elisabeth”.

5 februari 1915: Laurence Cadbury: 

De (Belgische) leiding wil de Friends verwijderen uit de gevechtszone / Belgische gravinnen komen helpen en zijn buitengewoon bekwaam en goed / er zijn problemen met de watervoorziening / het plaatselijk ziekenhuis moet worden ontruimd (Engels generaal Porter eiste het gebouw tevergeefs op). Laurence vraagt aan zijn ouders om kopieën van zijn brieven op te sturen om te kunnen nagaan wat ‘men’ censureerde.

Intussen bleef er veel te gebeuren: want binnen een paar dagen waren alle beschikbare ruimtes gevuld en was er nog steeds een grote wachtlijst met kandidaat patiënten. Daarom beslisten de Friends om twee lange houten noodwoningen (barakken) in de tuin te plaatsen. Al op 7 februari werden deze gevuld met elk 30 nieuwe patiënten.

Die dag beslisten de Friends en het verplegend personeel om de hulporganisatie Aide Civile Belge op te richten.

Op 10 maart kwam een groep nieuwe verpleegsters aan die in een 3de barak logeren.

Een tweede en meer ambitieuze stap in de uitbreiding van het hospitaal was op 10 maart met het overbrengen van drie loodsen – een onderdeel van het Ieperse isolatieziekenhuis – die door Belgische militairen in een veld naast het kasteel werden geplaatst. Twee loodsen werden omgevormd tot ziekenzaal met elk 30 bedden, de derde werd omgebouwd tot een afdeling voor de administratie met keuken, eetkamer en vier kleine slaapkamers.

23 februari: Cadbury schreef vanuit het College in Poperinge waar een Frans militair evacuatie hospitaal was ingericht: 

De geruchten over troepenbeweging vanuit het hoofdkwartier zijn meestal verkeerd, men spreekt over censuur in de richtlijnen die kortgeleden werden uitgevaardigd  / werk in Poperinge voor het 8ste Franse leger bij wie er sinds kort veel gekwetsten zijn / werk aan de problemen met de watervoorzieningen in het tyfushospitaal in het kasteel /  verder schreef hij over de hevige gevechten van de laatste dagen in Ieper en gesneuvelden bij beide legers / Poperinge met een goed sociaal leven is de centrale plaats voor de Friends geworden.

4 maart 1915: Colin Rowntree (Friends) komt vanuit Duinkerke (Malo les Bains) voor het eerst naar het  Elizabeth hospitaal van Poperinge en zet in Parc St.-George (verder langs de steenweg op Reningelst) kledij af voor de vluchtelingen 

Ondertussen werden diverse wijziging en aanpassing uitgevoerd op het kasteel en het domein. Dit waren vooral, dankzij de aanwezigheid van enkele ingenieurs onder het personeel, de bouw van een grote en verschillende kleinere ketels voor ontsmetting, de installatie van een goed uitgeruste wasserij met de nodige watervoorziening, een drooginstallatie en het plaatsen van kachels in de gebouwen. Veel van dit werk kende aanzienlijke moeilijkheden. Zoals de watertoevoer voor de wasserij en vertragingen door het feit dat alle onderdelen uit Engeland moest worden overgebracht. De resultaten rechtvaardigden evenwel alle moeite en onkosten.

Hoewel het ziekenhuis in eerste instantie in dienst stond van de lokale bevolking werd na enkele dagen duidelijk dat een veel groter gebied in aanmerking kwam en burgers van tot in Kemmel werden binnengebracht.

Maart en april 1915 waren maanden van grote drukte op het kasteel, maar de gevallen van tyfus waren duidelijk aan het dalen. Van zowel het burgerlijke Gasthuis van Poperinge als van het Heilig Hart in Ieper worden grote aantallen patiënten overgedragen aan andere instellingen. Na de bombardementen van april bleef het Elisabeth ziekenhuis, als enige burgerlijk ziekenhuis in de regio, open.

Rowntree: 11 maart: met Cadbury en dokter Henry naar Bailleul
12 maart: twee ‘tauben’ droppen meerdere bommen over de stad / 8 doden en 20 tot 30 gewonden
22 maart: gisteren en vandaag in de morgen opnieuw ‘tauben’ / 17 vrouwen worden naar St.Omer geëvacueerd
25 maart: koop kantwerk in het klooster
12 april: Zeppelin komt voorbij en dropt 11 bommen over Pop
 
1 april: Cadbury schreef vanuit het College in Poperinge / (de brief was geschreven na zijn verlof) hij vertelde over zijn reis naar Londen, Dover en Duinkerke 
 
13 april: Cadbury College Poperinge: er waren recent veel wijzigingen waardoor het Franse leger zich zou terugtrekken / er kwam echter een nieuw leger in de plaats, wat een herstart met nog meer ambulance werk zal betekenen / het hospitaal is net verhuisd we moeten de lokalen verlaten / binnenkort zal een weeshuizen worden geopend te Wisques nabij St.Omer in Frankrijk
 

Tot dan waren de vijandelijke beschietingen vooral gericht op de centrale delen van de stad, maar bedreigden nu ook het kasteel waardoor voor zusters en ambulance diensten een nieuw onderkomen moest worden gezocht in en rond het gebouw: zoals de kelders en de gehuurde herberg “Parc St. Georges”, die tweehonderd meter verder richting Reningelst lag en waar ook de voertuigen van de Friends werden gestald. Het was snel duidelijk dat de spanning van dagelijkse bombardementen te schadelijk was voor heel wat patiënten. Daarom werd besloten om te beginnen met de evacuatie van de lichtere gevallen naar het hospitaal van Malassise, een abdij nabij St.Omer in het noorden van Frankrijk. Het ontruimen van het ziekenhuis begon op 24 april en ging door tot 30 april. In deze periode veranderde ook het statuut van het Elisabeth hospitaal naar een Clearing Station voor allerlei soorten ziektes en gewonde burgers. Eén zaal bleef bezet met tyfuspatiënten die geëvacueerd werden na bloedonderzoek, twee zalen voor gewone zieken (een voor mannen en een voor vrouwen), en een zaal voor bevallingen. Twee kleinere ruimtes waren beschikbaar om patiënten in quarantaine te plaatsen. Nog steeds bleef er een aanzienlijke vrije ruimte die einde mei werd ingevuld met gewonden van het Belgische leger.

Rowntree: 19 april tot 22 april: hevige bombardementen / verschillende burgers werden binnengebracht  /  opwinding de 22ste om 8 u: de Duitser zijn door de Franse linies gebroken nabij Boeschepe / Duitsers zetten gasaanvallen in / de ambulancepost uit Ieper vluchtte naar Pop
23 april: bezoek van koningin Elisabeth in de late namiddag
24 april: bombardementen gedurende een uur / 23 gewonden werden naar Malassise overgebracht / bracht 2 nonnen naar Wisques / terug in Pop vernam ik dat het leger opdracht gaf om het hospitaal in te richten als ‘Clearing Station’
25 april: 30 patiënten werden naar Malassise geëvacueerd – Pop opnieuw gebombardeerd
26 april: om 15 uur nieuwe bombardementen in Pop – ziekenhuis ontruimd – eerste soldaten werden in Elisabeth binnen gebracht: 4 officieren en 1 burger, later 35 soldaten – om middernacht 3 tot 5 bominslagen in de stad.
 
Tijdens de tweede slag om Ieper ontruimden de Friends op 24 april Château Elisabeth op bevel van het 2de Britse leger en werden 60 patiënten tijdelijk overgebracht naar de Ieperstraat 29 in het centrum van de stad. Het verhuis gebeurde midden hevige bombardementen.
 
Rowntree: 27 april: ongeveer 30 patiënten werden naar Hazebrouck geëvacueerd – 1 soldaat en 2 of 3 burgerslachtoffers – hevige gevechten aan het front
28 april: resterende patiënten werden naar Hazebrouck gebracht – Engelse zusters en Brusselse verpleegsters werden naar Duinkerke overgebracht / enige overgebleven ziekenhuis verlaten Poperinge.
 
29 april: geen adres. Cadbury:
 
heb het de laatste tijd erg druk / C beschrijft een recente strijd waarbij de Duitsers gas gebruikten / de Duitser beschieten het kasteel en de kerk in de buurt / er is maar een ongeval bij de chauffeurs van de Friends  / er waren bombardementen in Poperinge, Vlamertinge en Duinkerke / zijn eenheid verhuisde na de bombardementen .
 

Een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van het kasteel begon in de eerste week van mei 1915. Na de bombardementen van april was er een grote toestroom van gewonde burgers die naar het ziekenhuis werden gebracht met ambulances van de Friends die gestationeerd nabij een ”dressing station” op de weg Ieper-Vlamertinge. Men besloot om ernstige gevallen over te brengen naar het hospitaal  “l’Océan” in De Panne. Anderen werden verdeeld tussen Malassise en Hazebrouck (later verplaatst in tenten en op een boot in Watten nabij St.-Omer).

Rowntree: 3 mei: 7 bominslagen in Pop
4 mei: bombardementen in de namiddag en avond / evacuatie van het hospitaal in Duinkerke
5 mei: bominslagen en brand in de Boeschepestraat
6 mei: start van een burgerlijk hospitaal met Dr.Rees in Hazebrouck 
6 juni: gravin d’Ursel krijgt het ereteken van de Orde van koning Leopold
15 juni: bominslag op de spoorlijn dicht bij de overweg / veel brokstukken vallen in de tuinen van het kasteel en nabij Parc St.-George
20 juni: koningin Elisabeth bezoekt het hospitaal
24 juni: dokter Henry terug in Pop
 
vanaf 27 juni krijgt R andere opdrachten in functie van de vluchtelingen en de schoolkolonies – zie ook hoofdstuk Colin Rowntree .
 
25 mei: Cadbury schrijft vanuit Car office Friends in Parc St.Georges (het lokaal van de plaatselijke kruisbooggilde St.-Joris was gevestigd in de herberg Au Parc St.George) een voormalig eigendom van Jules Van Merris dat schuin tegenover Château d’Hondt richting Reningelst lag. De censuur schrapte zijn passages over de behandeling van gevangenen ‘Onverklaarbaar’ / bedankt zijn ouders voor het verzenden van een badmington set / het is lente en beestachtig heet / de Friends werken nu voor de 45ste Franse, divisie maar de Friends werden ondertussen vervangen door Britse militaire ambulances. Zijn groep (SSA 13) is aangehecht aan Hôpital d’ Evacuation / beschrijft de verschillende hospitalen en verbindingswegen in de streek / zegt dat de Duitser op 24 mei aanvielen met gas, de troepen gebruiken maskers, maar die zijn niet goed / vertelt over Amerikaanse ziekenwagens die in de regio werken / vertelt over het verwijderen van kostbare goederen en wijn uit de kerken van Ieper / de SSA 13 en 14 werden gereorganiseerd en ambulances worden naar verschillende dorpen gestuurd / de Friends voertuigen hebben geen militaire opdrachten, maar vervoeren burgerslachtoffers naar het hospitaal in Poperinge en verder naar Hazebroek / zij staan eveneens in dienst van de vluchtelingen
31 juli:Cadbury vertelt over het herstellen van auto’s / twee van zijn mannen, Rooper en Smart zijn gewond geraakt en enkele auto’s werden geraakt.
 

Tijdens de zomer van 1915 bleef het kasteel werken als een ”Clearing Station” waar alleen de lichtste gevallen voor een paar dagen verbleven. Er was een constante instroom van gewonde burgers uit de frontstreek. Tussen mei en september werden 70 tyfus slachtoffers binnengebracht waarna maatregelen werden genomen om nieuwe gevallen onmiddellijk naar het St. Idesbald ziekenhuis in Koksijde te brengen.

THE FARM

Door de voortdurende bombardementen van de stad omstreeks 22 augustus 1915, (op de spoorlijn in het bijzonder) verhoogde nogmaals de noodzaak van een burgerlijk hospitaal op de site van Château d’Hondt ondanks bominslagen op enkele honderden meter van het kasteel en zelfs af en toe in de tuin. Deze keer  besloot men om de patiënten op 23 augustus over te brengen naar een veiliger plaats. Het was uiteraard wenselijk om te werken in de omgeving van Poperinge en op Belgisch grondgebied waardoor Aide Civile Belge besloot om de drie loodsen van het kasteelterrein af te breken en opnieuw op te bouwen in een veld van de boerderij DE RYCKE nabij ”De Leene”. (ten westen van Poperinge op ongeveer 600 meter van de spoorlijn Poperinge-Hazebrouck en in dezelfde straat als het verderop gelegen CCS Remy Siding. Dankzij de tussenkomst van koningin Elisabeth werden op 18 september nog twee extra loodsen in gebruik genomen en kon het personeel van het Elisabeth Hospitaal deze annexen in gebruik nemen.

15 augustus: Cadbury schrijft vanuit Car Office Friends – Poperinge – De eenheid organiseerde een ‘Smoking Concert’ op 15 augustus / C heeft meer beweging nodig: lopen, zwemmen en tennis / C heeft een aantal nieuwe onderofficieren die het werken vergemakkelijkt. 

1 september: Cadbury schrijft vanuit Car Office FAU – Poperinge- het kasteel in Poperinge werd gebombardeerd en er werden evacuaties georganiseerd naar andere hospitalen in de omgeving / werken nu in Clearing Station op “Farm Derycke” / denkt dat het onwaarschijnlijk is dat het kasteel nog zal kunnen worden gebruikt als hoofdkwartier / beschrijft de beschietingen van gebouwen, wegen en de nieuwe spoorlijn / de ziekentrein doet prachtig werk / beschrijft het aanleggen van loopgraven nabij het kasteel.

Op de boerderij was er plaats voor 55 patiënten en waren er kamers voor het personeel, een keuken, eetkamer, slaapplaatsen en een kapel. De eerste patiënten uit de vrouwenafdeling van het tenten-ziekenhuis van F.O’GORMAN in Watten werden terug overgebracht naar Poperinge vanwege van de naderende winter. Het aantal nieuwe opnames per maand bleef op ongeveer 50 waarvan ongeveer een derde gewonden. Dit waren ongevallen onder Belgische arbeiders werkzaam op militaire wegen en spoorwegen. De watervoorziening werd verbeterd door toedoen van het leger en kwam van Mont des Cats waardoor er water beschikbaar was in alle kamers en de badkamer.

Kort nadat het tenten-ziekenhuis werd stopgezet stelde FRLORA O’GORMAN voor om met eigen middelen een ziekenhuisboot aan te kopen en in te richten. Mevrouw O’Gorman kocht in het Noord Franse stadje Bergues de boot (150 voet lang en 16 breed) van een overleden schipper, die voordien kolen en hout verscheepte en op het ‘Canal de Bergues’ lag. In het ruim van de boot ‘Notre Dame de Perpétuel’ werd een slaapzaal ingericht met 28 bedden (27 in de winter omdat de kachel een plaats innam). De patiënten werden er verzorgd door Miss MORRIS, juffrouw MARIE VAN DEN PAES (een verpleegster van de St.-Camille school uit Brussel die ook tolk was), en twee vrouwelijke – en twee mannelijke verpleegsters. Er was ook een secretaresse, een chauffeur en een monitrice aanwezig. De patiënten werden uit Poperinge overgebracht waar in het Elisabeth hospitaal nog steeds operaties werden uitgevoerd. Het annex-ziekenhuis op de boot werd na 10 maanden stopgezet.

Het leger herstelde de weg naar Abele net over de spoorlijn en het personeel op de boerderij bracht een groot deel van zijn vrije tijd door met het draineren van de weiden en velden rondom de boerderij. Vier degelijke ”dug-outs” als bescherming tegen bombardementen op de spoorlijn werden door de Belgen gebouwd.

In dezelfde periode werden de medische hulpmiddelen op de boerderij uitgebreid door het inrichten van twee overdekte platforms voor openlucht behandeling, een voor mannen en een voor vrouwen, en de installatie van een RX-toestel. Met uitzondering van de wasserij, die in het kasteel bleef, was de boerderij tegen die tijd een zelfstandig ziekenhuis. Het personeel bestond uit inwonend medisch personeel, een apotheker, vijf verpleegsters en drie kloosterzusters. In het kasteel bleef een chirurg werkzaam.

14 oktober: Cadbury schrijft vanuit Car Office Fau – Poperinge: – vertelt over plunderingen / bouwen een nieuwe noodwoning / het Belgische leger hersteld de wegen / bereiden hun auto voor op de komende winter door het toevoegen van houten zijkanten en dak in canvas.

16 november: Cadbury schrijft vanuit Car Office FAU- Poperinge: – er was op 31 oktober een verjaardagsfeest met revue / net ‘gespaard’ van een bezoek van Manuel voormalige koning van Portugal. (zowel Cadbury als Rowntree zijn aanwezig op het verjaardagsfeest en de Revue – zie afbeelding van het programma boekje met de drie Poperingse kerken, het stadhuis-torentje en een Friends voertuig op de cover)

Rveu okt 1915

 
30 oktober: Friends Anniversary Celebration – een concert en revue  “The Great Offensive” / zeer goed  / super speeches van Harvey / daarna nog een rit naar Caëstre
19 december: zware bombardementen en verschillende bominslagen in de tuin en omgeving van het hospitaal en Parc St.George, veel vensterruiten gebroken
29 december: opnieuw bombardementen wanneer we de stad buitenrijden
 
1916
22 januari: een vliegtuig (Boxer) dropt om 11.30 uur ’s avonds 7 bommen die landen tussen het college en de tuinmuur van het kasteel.
 

9 januari 1916: Cadbury schrijft vanuit het Postkantoor van het leger: – samen met Geoffry Winthrop Young maakte ik een rit in de lokale omgeving, inclusief Ieper, en bezoek de plaatsen waar in 1914 het oorlogsverhaal begon.

5 april 1916: Cadbury schrijft vanuit Car Office Fau – Poperinge: – bedankt zijn ouders voor het zenden van wat fruit / secties 13 en 14 ondersteunen drie tot soms vier divisies van het Canadese  ‘Corps d’ Armée’ en heeft twee opdrachten: Officer Comanding van de Friends-auto’s en Chef van de 13de sectie / er worden grote burgerkonvooien gemaakt waarvoor hij bijeenkomt met andere Friends medewerkers / er zijn genoeg auto’s, maar te weinig personeel. 

Op 5 mei 1916 , na een conflict, verlaten alle medewerkers van Friends Ambulance Unit het hospitaal Elisabeth (tijdelijk) en worden vervangen door artsen en verplegers van 7th Belgian Field Artillery.

Enkele kilometers verder werden op het domein Couthof in Proven (op 21 mei 1916) de werken gestart met het inrichten van een annex (veldhospitaal) in vier barakken. Twee werden voorbehouden aan Belgische soldaten aangehecht aan het Britse leger, de zaal ‘la France’, tot dan voorbehouden voor tyfuspatiënten, werd ingericht als school.

26 mei 1916: Cadbury schrijft vanuit het hoofdkwartier Friends: – een groep medewerkers ondertekenden een memorandum waarin ze protesteren tegen de opsluiting van gewetensbezwaarden en dreigen om terug naar huis te keren / de Friends hebben ruzie met gravin van den Steen en alle hulp werd stopgezet. C is teleurgesteld, omdat zijn plan om nieuwe chauffeurs voor burgeropdrachten op te leiden was mislukt.

 * LAURENCE CADBURY – was samen met PHILIP NOËL BAKER een van de  stichtende leden van de Friends Ambulance Unit. Tijdens zijn opdracht gedurende de Eerste Wereldoorlog was hij officier van een vervoereenheid bij de Sections Sanitaires Anglaise (SSA13), ambulance konvooien onder bevel van het 8ste Franse leger. Hij had de leiding over een groep van 20 motorvoertuigen en 56 personeelsleden en stond in voor de distributie vanuit Duinkerke. In september 1916 komt hij terecht in Malo les Bains waar hij een opdracht krijgt bij een administratieve dienst van de Friends als O.C.Cars (Transport Section)

* COLIN ROWNTREE – een architect, behoorde tot het eerste contingent vrijwilliger van de Friend’s. Hij reed in België en Noord Frankrijk (de Westhoek) vooral rond om vluchtelingen, kinderen en belangrijke personen te vervoeren. In de tweede helft van de oorlog stapte hij over naar de Royal Engineers waar hij tot 1919 in dienst was van de War Graves Registration.

* FRIENDS AMBULANCE UNIT – De organisatie werd opgericht op 7 augustus 1914. Een oproep aan vrijwilligers werd op 21 augustus gepubliceerd en in september (in Buckinghamshire) gestart met een opleiden voor 60 man. Op 26 oktober 1914 onderhandelen PHILIP BAKER en GEOFFREY YOUNG met ARTHUR STANLEY, voorzitter van “Joint War Committee of the Britisch Red Cross Society” en “The Order of St.-John of Jerusalem” over de mogelijkheden van een ambulance-eenheid aan het IJzerfront. Op 31 oktober 1914 werd een hoofdkwartier van de Friends ingericht in Hotel Kursaal in Malo-les-Bains.