Albert Ryckaert

getuigenis van Albert Ryckaert op 5 augustus 2014,

img_2992-kopie

”Wij waren afkomstig uit Nieuwpoort waar ik ben geboren op 7 maart 1912 .
Alles was gebombardeerd wanneer mijn moeder na een evacuatie bevel besloot om in de nabijheid van haar vader en broer in Pollinkhove te gaan wonen.

Voor mijn vertrek naar Zwitserland verbleef ik op de boerderij van Frederick De Backer – mijn grootvader langs moeders kant – die gelegen was in de Romanestraat 11 langs de baan van Lo naar Vleteren. Gedurende de vier oorlogsjaren verbleven soldaten op het hof, zelfs Senegalezen van het Franse leger. die er kwamen uitrusten na een periode in de loopgraven. De onderwaterzetting van de IJzer was in de nabijheid van de boerderij.

In 1917 werden mijn broer Georges en ikzelf overgebracht naar Zwitserland. Miss Fyfe een vrouwelijke filantroop uit Schotland nam de zorg op zich van kinderen uit de gevechtszone.
Mijn moeder en zus bleven op de boerderij nabij het font. Ik weet niet waarom mijn zus Marie niet met ons vertrokken is. Was het misschien voorzien dat ze later met een groep meisjes zou vertrekken?
Van het vertrek herinner ik mij dat wij in Pollinkhove werden opgehaald door een Rode Kruis wagen en naar Adinkerke werden gevoerd en de uitlaatgassen van het voertuig mij misselijk maakten.

Bij aankomst in het kleine dorpje Vaulruz nabij Bulle vervoegden wij een groep Waalse kinderen in een oud kasteel waar wij een kostuum voor weeskinderen moesten aantrekken.

Ondanks mijn 102 jaar herinner ik mij nog steeds mijn verblijf in Zwitserland.

De winter van 1917-18 was zeer hard. Van het kasteel tot aan de kerk van het dorpje marcheerden we tussen muren van sneeuw. Gezien ik pas vijf jaar was zag ik enkel die witte muren.
Tijdens diezelfde winter brak er Spaanse griep uit die meer slachtoffers eiste dan tijdens de gevechten aan het front.
De sneeuw bezorgde ons veel vreugde. Wij daalden de hellingen van het kasteel tot de kerk af met een slede.
Tijdens mijn verblijf in de schoolkolonie heb ik ook mijn eerste communie gedaan in de kerk te Vaulruz. Het gedeelte van Zwitserland waar wij verbleven was katholiek en Frans sprekend.

Ik heb enkel goede herinneringen aan mijn verblijf waardoor ik tijdens mijn verdere leven steeds heimwee had naar Zwitserland.

Ik herinner mij ook goed de zusters Paulinen (Sint Vincentius a Paulo) die de leiding hadden in de schoolkolonie. Onze slaapzaal was ondergebracht op de eerste verdieping in een van de kasteeltorens.
Van mijn twee jaren verblijf herinner ik ook een een refreintje dat wij tijdens het wandelen zongen: ”vous aurez de la soupe, vous aurez de la soupe, de la soupe à Soeur Madeleine”.
De lessen op het kasteel werden gegeven zoals thuis. We hadden een Vlaamse leerkracht – een voormalig krijgsgevangen – die werd bevrijd door het Rode Kruis.
Tijdens onze wandelingen in de omgeving ontdekten wij het landschap van de Gruyère maar door mijn jonge leeftijd besefte ik toen niet hoe mooi het landschap wel was. Het was heuvelachtig met enkele bergpieken aan de horizon. In de nabij gelegen stad Bulle zijn we nooit geweest, wel naar het meer van Genève. Hiervan herinner ik mij vooral dat ik zeeziek was.
In de lente en de herfst woonde we in het dorp het binnenhalen van de koeien bij. Deze koeien die enorme grote bellen rond hun nek droegen maakte indruk op mij. We leerden ook het liedje ” le ranz des vaches” dat men tijdens dit feest zong.

Wij aten dikwijls Pollenta. Persoonlijk kon ik niet klagen over het eten maar mijn broer die twee jaar ouder was wel. Hij vertelde me dat hij ’s nachts een appel stal om zijn honger te stillen en hierdoor geen kerstgeschenk kreeg.

Begin 1919 kwam ik terug naar huis zonder mijn broer die griep had. We namen de trein te Vaulruz en zwaaiden met driekleurige vlaggetjes. Bij onze aankomst te Brugge kregen we chocolade en stonden mijn ouders mij op te wachten.
Mijn broer kwam terug op 9 mei 1919.

Ik sprak vloeiend de Franse taal en op school waren mijn resultaten evenwaardig aan deze van mijn vrienden. Op 7-jarige leeftijd kon ik lezen in mijn moedertaal. Op school kreeg ik de bijnaam ”Fransman” en was steeds de eerste van de klas voor de vakken Frans, uiteraard! de zusters praten Frans en de helft van de groep kinderen was franstalig”.

https://oorlogskantschool.wordpress.com/kolonies-in-zwitserland/

Advertenties